Nederland Leest 2010 en reacties 2009

Nederland Leest in 2010: De Grote Zaal van Jacoba van Velde
Het boek dat dit jaar centraal staat in de 'Nederland Leest'-campagne is De Grote Zaal van Jacoba van Velde. Het is een korte roman over de laatste dagen van een vrouw in een verzorgingshuis.
Het boek uit 1953 sluit aan bij het thema 'Ouderdom en eenzaamheid', zegt de CPNB, die de campagne organiseert. De Grote Zaal was de eerste roman van Van Velde, die verder vooral korte verhalen schreef en in 1985 overleed.

'Nederland Leest' wordt in oktober en november voor de vijfde keer gehouden. Het boek dat centraal staat, wordt dan uitgedeeld in bibliotheken. Vorig jaar was dat Oeroeg van Hella Haasse.

VOOR MEER INFO : http://www.cpnb.nl/nll/site/

 


Nagekomen reacties NL Leest 2009

Reactie van de heer van Dalen naar aanleiding van de slotavond van Nederland Leest waarvoor hij uitgenodigd was om iets te vertellen over zijn ervaringen in Indië tijdens de politionele acties van 1948 - 1949

Tijdens de avond konden mensen vragen stellen over zijn boek:
“Bij de inlichtingendienst in Midden-Java”. Het boek is te leen in bibliotheek Steenwijk.

Hartelijk dank voor de uitnodiging om op de slotavond van Nederland Leest 2009 te vertellen over mijn ervaringen in Indië / Indonesië i.v.m. het boek dat ik over mijn militaire dienstplicht aldaar dat ik heb geschreven. Het was mij een waar genoegen, vooral omdat er zo weinig aandacht voor en kennis over een belangrijke en lange periode in onze geschiedenis is. Die koloniale tijd heeft toch wel 350 jaar geduurd! Hopelijk heeft “Oeroeg” er wat aan kunnen doen!

Ik had wat aantekeningen meegenomen om enige parate kennis bij de hand te hebben. Ik geef dat hierbij nog even door.

Nogmaals hartelijk dank en tot ziens!

Henk van Dalen
________________________________________

Slotavond Nederland Leest woensdag 18 november 2009
vond plaats in het Kulturhus “De Eendracht” te Giethoorn op 18-11-2009. Ik had met Johanna Esselink en mevrouw G Morreau-van Doorn gelegenheid mijn ideeën over de verhoudingen in Indië/Indonesië uit te leggen aan een aantal belangstellenden, waaronder vier raadsleden van de gemeente Steenwijkerland.
Ik had geen idee hoe groot de kennis van Indonesië bij de aanwezigen zou zijn. Het viel wel tegen. In mijn eigen jeugd en koloniale tijd heb ik nog 12 vulkanen op Java moeten leren op de lagere school, kom daar nu niet mee aan! Op voorhand had ik de volgend notities opgetekend en ’s avonds bij de hand gehouden. Ik heb getracht de militaire activiteiten van de Nederlanders, respectievelijk de VOC = Verenigde Oostindische Compagnie en de Nederlandse regering, in beeld te brengen. Op die manier meende ik mijn toehoorders toe te kunnen leiden naar een onvermijdelijke vrijheidsstrijd van de Indonesiërs. Er waren te veel slachtoffers gevallen tijdens het koloniale bewind.

Mochtar Lubis Het Land onder de Regenboog.
Het is een hele ervaring om eens een boek over de geschiedenis van Indonesië te lezen, geschreven door een Indonesische schrijver. Mochtar Lubis is ook niet de eerste de beste. Het boek draagt bij tot een beter begrip van de politieke en de sociaal-culturele achtergronden van het Indonesische volk. Ook hier proeven we de teneur van ‘jammer dat wij als Indonesiërs en Nederlanders zo uit elkaar moesten gaan. Wij hebben toch wat met elkaar.’
Mochtar Lubis werd in 1922 te Padang op Sumatra geboren. Pas 29 jaar richtte hij het blad Indonesia Raya (Groot-Indonesië) op. Als goed journalist streed hij voor vrijheid van meningsuiting, voor menselijke waardigheid en tegen machtswellust en willekeur.

Cornelis de Houtman 1592 naar Indië
Toen Filips II in 1592 de handel in specerijen en andere oosterse producten voor de Neder-landers afsloot, vertrok Cornelis de Houtman naar de Oost. Met vier schepen ging hij op 24 juni 1596 voor Bantam voor anker. Niemand heeft toen kunnen denken dat de geschiedenis van beide volken 350 jaar lang zo nauw verweven zou zijn.

Banda moord om 1621
Het optreden van Jan Pieterszoon Coen op Banda in 1621 moest aantonen dat de VOC niet met zich liet sollen en dat zij, de Nederlanders, voortaan de dienst zouden uitmaken. Er werden daar ongeveer 15.000 mensen vermoord, uitgehongerd of van de eilanden verdreven. Toen de Molukken zich in 1683 onderworpen hadden aan het Nederlandse gezag, was het daar tanah mat (dood land).

Batavia Jan Pieterszoon Coen
Batavia, de hoofdstad van Indië, werd gebouwd door de Gouverneur-Generaal Jan Pietersz. Coen, ten koste van zestigduizend inlanders. Batavia, de stad die in 1629 omsingeld en aangevallen was door de legers van Sultan Agoeng, de vorst van Mataram.
Hollandse school-jongens hebben hun inlandse vriendjes dikwijls gehoond bij de geschiede-nisles. Hoe groot was het leger van Agoeng ook al weer? Tweehonderdduizend soldaten? En hoeveel had de Compagnie er? Vijfhonderd? De Hollanders gebruikten kanonnen, maar die had Agoeng ook. Hoe is het mogelijk dat de leger van sultan Agoeng toch heeft verloren?
Coen was erachter gekomen dat grote voedselvoorraden waren aangelegd ten behoeve van een legermacht en liet die dus vernietigen. Desondanks stuurde de vorst van Mataram een leger van 100.000? man om Batavia te belegeren, maar hij moest de belegering wegens voedselgebrek afbreken. Coen heeft dat niet meer meegemaakt. Hij is begraven in het stadhuis, zijn grafsteen bevindt zich in het wayang-museum aan de overkant.

De Java-oorlog van 1825 tot 1830
is wellicht de felste oorlog die Nederland heeft moeten voeren om zijn bewind in Nederlands-Indië te vestigen. De aanleiding was het feit dat de Javaanse prins Diponegoro zich door de Nederlanders onheus bejegend achtte. De diepere achtergrond was de ontevredenheid van de Javaanse bevolking over veel aspecten van het Nederlands bewind.
De oorlog woedde vooral op Midden-Java. Naar schatting kwamen ongeveer 15.000 soldaten (voor ongeveer de helft Europeanen, voor de rest inheemse huurlingen) van het koloniale leger (dat kort daarop zou worden gereorganiseerd tot het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) om het leven, terwijl het aantal slachtoffers aan Javaanse kant op 200.000 wordt geschat. Het Nederlandse koloniale leger beschikte over een veel grotere vuurkracht, zodat het alle geregelde veldslagen kon winnen, maar was slecht uitgerust voor het bestrijden van een hardnekkige guerrillaoorlog. Bij de onderdrukking hiervan werd een groot deel van Midden-Java verwoest.

Atjeh-oorlogen van 1871 tot 1903
Afgezien van het prestige was Atjeh rijk aan landbouwgrond, waar pepers werden verbouwd, en rijk aan aardolie. Doordat Atjeh daarnaast de Straat Malakka beheerste was er ook een stra-tegische reden om zich met Atjeh te bemoeien: de Atjehers maakten zich veelvuldig schuldig aan zeeroof.
De periode werd gedomineerd door luitenant-generaal Van Heutsz en de onderzoeker Christiaan Snouck Hurgronje, die groot aanzien genoot in Atjeh door het feit dat hij moslim was (althans daar gaf hij zich voor uit) en een pelgrimstocht naar Mekka had gemaakt.
Hij adviseerde om grof geweld te gebruiken tegen de oelamas. Van Heutsz was daarvoor de man, met als gevolg dat hij in Atjeh de militaire leiding kreeg. Zijn luitenant was de latere minister-president Hendrikus Colijn, bekend van een moordpartij op Lombok.
De terreur die werd uitgeoefend waarbij hele dorpen werden uitgemoord, werd in sommige gevallen vastgelegd op foto. Overste Van Daalen paste het geweld strikt toe: hij vernietigde meerdere dorpen, met zeker 2.900 Atjehse doden als gevolg (waaronder 1.150 vrouwen en kinderen). Zelf verloor hij slechts 26 man.
In 1903 verklaarde Van Heutsz, dat de oorlog was gewonnen. Maar de militaire acties tegen de Atjehse strijders gingen daarna nog jaren door en de bevolking werd hierbij niet gespaard.
In totaal vielen in Atjeh naar een schatting meer dan 100.000 doden en een half miljoen gewonden. Aan Nederlandse kant sneuvelden circa 2.000 Europese en inheemse militairen en bezweken er nog eens ruim 10.000 aan ziekten als cholera, buiktyfus en beri-beri. Van de inheemse dwangarbeiders kwamen er naar schatting 25.000 om. Het aantal doden onder de Atjehers bedroeg 60 à 70.000, inclusief vrouwen en kinderen. Hierbij zij aangetekend dat Atjeh slechts een half miljoen inwoners telde. Het land zelf werd verwoest, van de landbouw was weinig overgebleven. Het heeft jaren geduurd voordat de oorlogsschade was hersteld.

Het Cultuurstelsel 1830-1870
werd in 1830 in Nederlands-Indië ingevoerd door Johannes van den Bosch en heeft tot circa 1870 bestaan. Het cultuurstelsel hield in dat bij wijze van pacht de inheemse bevolking, als de grond daarvoor geschikt was, 20% van hun grond moest gebruiken voor producten voor de Europese markt. Deze producten waren onder meer indigo, thee en suiker en werden door de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Europa verkocht.
Vooral de plattelanders op Java zijn onteerd door de Nederlanders met hun herendiensten, belastingen, koffieplantages en het schandelijke Cultuurstelsel. Zij hebben het misbruik van macht en de fouten van hun eigen hoofden en aanvoerders, geduldig gedragen.

Westerling 1946-1949
Toen in 1946 de guerilla-oorlog toenam, verscheen het spookbeeld van Westerling. De Indo-nesiërs meldden dat bij zijn operaties in Zuid-Sulawesi 40.000 mensen waren gedood, niet alleen guerillastrijders. Hele dorpen werden leeggehaald, de mannen op rijen gesteld en voor de ogen van vrouwen en kinderen neergemaaid. Een officieel Nederlands onderzoek naar dit schandaal meldde dat slechts 3.114 Indonesiërs omgekomen waren.

Multatuli
Verzucht op de laatste bladzijde van zijn Max Havelaar dat een gewapende opstand van de arme martelaren zeer nadelig zou werken op de KOFFIEVEILINGEN DER NEDERLANSCHE HANDELMAATSCHAPPIJ!

God geve dat het niet nodig zy!
Neen, het zal niet nodig zyn! Want aan u draag ik myn boek op, Willem den Derde, Koning, Groothertog, Prins… meer dan Prins, Groothertog en Koning… Keizer van het prachtige ryk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd…

Aan U durf ik met vertrouwen vragen of het uw Keizerlyke wil is:
Dat de Havelaars worden bespat door den modder van Slymneringen en Droogstopplels? En dat daar-ginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZONGEN IN UWEN NAAM?

Mystiek
In tijden van grote druk en onzekerheid, van groot gevaar, gevuld met duistere wanhoop en donkere moedeloosheid, worden mensen tot de mystiek aangetrokken. Geen wonder dat de mystiek op Java het meeste beoefend wordt.
In het koloniale tijdperk geloofden vele Nederlanders dat Indonesiërs voor bepaalde banen ongeschikt waren. Hun eigen volksaard en identiteit mochten zij niet ontwikkelden. Er kun-nen uit de geschiedenis vele lessen worden geleerd. Portugezen en Nederlanders kwamen naar het land onder de regenboog om te handelen in specerijen. Hun hebzucht maakte ze blind voor de cultuur, de waardigheid en het menselijk eergevoel van de Indonesiërs.
Het is verbazend om te zien hoe, na de val van Sukarno en de terugkeer van de redelijkheid in Indonesië, de goede betrekkingen met Nederland weer hersteld konden worden.

Bestuursinrichting
Java telde in 1949 ongeveer 70 regentschappen met naar schatting 20.000 desa’s met ongeveer 52 miljoen inwoners op een oppervlakte van 132.000 km² of circa 4 x Nederland. Tien tot twintig van deze desa’s vormden een onderdistrict met aan het hoofd een assistent-wedana, de toean assistèn. Enkele onderdistricten vormden een district met aan het hoofd een wedana. Een regentschap of kaboepaten bestond veelal uit vier of vijf districten.
Het Regentschap Pekalongan telde in 1949 echter 10 districten met 566 desa’s, meer dan in welk ander regentschap. Dat kwam omdat dit gebied vroeger twee regentschappen kende, namelijk Pekalongan en Batang.
Het regentschap was ongeveer 50 kilometer breed en 35 kilometer diep. Een oppervakte dus van zo’n 1750 km2.
Met het gegeven dat ons bataljon in dit gebied met een sterkte van twee tirailleurcompag-nieën en één ondersteuningscompagnie gemiddeld niet meer dan 300 man aan troepen kon inzetten en ervan uitgaande dat het regentschap bijna 750.000 inwoners telde, kunnen we een paar interessante, maar ook schrikbarende feiten vaststellen, namelijk dat iedere inzetbare man moest staan voor:
1. 566 gedeeld door 300 is bijna twee desa’s;
2. 1.750 gedeeld door 300 is zes vierkante kilometer;
3. 750.000 gedeeld door 300 is 2.500 inwoners.

Historici
houden zich nog altijd bezig met de vraag, hoe het uitgemergelde Nederland er vlak na de oorlog in slaagde om in korte tijd een troepenmacht van meer dan 120.000 man naar de overkant van de oceaan te dirigeren. Er werd handig gebruik gemaakt van de geallieerde structuren en voorraden. Hoe dan ook, de onzinnige schietpartij kostte meer dan 6000 Nederlandse militairen en 40 x 6000 Indonesiërs het leven. Van het aantal slachtoffers aan Indonesische kant heb ik geen bewijs of opgave, maar ik kom tot die schatting op drie gronden:
1. Ooit heb ik voor mijn sector een berekening gemaakt en kwam op de factor 40 uit;
2. Door het ingrijpen van de Verenigde Naties werd de Tweede Politonele Actie een korte actie, maar er vielen wel 113 slachtoffers aan Nederlandse kant en naar schatting vierduizend aan Indonesische kant;
3. Eind maart 1949 sprak de Indonesische chef-staf Simatoepang al van 150.000 doden aan republikeinse kant. De generaal Nasoetion en de journalist Loebis zwakten dat in die zin af, dat vooral burgers werden getroffen door acties van vliegtuigen en vergeldingsacties.

RM SOESILO
was mijn belangrijkste agent tijdens mijn werk op Java.
Zie hiervoor o.m. op blz 81-92 van mijn boek.
________________________________________